de oudheid

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  ɑuthɛit]

periode in de geschiedenis waarin de Grieken en Romeinen een hoge beschaving hadden
in de grijze oudheid  (heel lang geleden)

© Kernerman Dictionaries.

9 definities op Encyclo
  1. de tijd van de oude Grieken en Romeinen vb: dat stamt nog uit de oudheid
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. [geen meervoud] ouderdom, toestand van iets dat zeer lang bestaan heeft; de - van een geslacht; lang verleden tijd, de helden der -....
  3. periode tussen de uitvinding van het schrift en de val van het Romeinse Rijk
  4. [Geschiedenis] Periode tussen de uitvinding van het schrift en de val van het Romeinse rijk, tweede historische periode (3000 v.C. - 500 n.C.)
  5. •het tijdperk van de geschiedenis vóór de middeleeuwen. •een overblijfsel uit [1]. •tweede betekenisomschrijving. •enz.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met oudheid:
oudheidkundeoudheidkundigoudheidkundigeoudheidkundigen

Deze woorden eindigen op oudheid:
neusverkoudheidverkoudheidkoudheid

Herkomst volgens etymologiebank.nl
oudheid (periode van de prehistorie tot de middeleeuwen, antiquiteit)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `oudheid` kennen.