ontrafelen

werkw.
Uitspraak:  [ɔnt'rafələ(n)]
Afbreekpatroon:  ont·ra·fe·len
Vervoegingen:  ontrafelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft ontrafeld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

uitzoeken hoe (iets ingewikkelds) precies in elkaar zit
Voorbeeld:  `We zijn nog steeds geen stap verder in het ontrafelen van dit mysterie.`


Synoniemen
ontcijferen   ontknopen   ontraadselen   ontwarren   oplossen   uit de war halen   uit elkaar halen   uitpluizen   uitrafelen   uitvezelen   uitzoeken   

1 definitie op Encyclo
  • 1) Uitrafelen 2) Uitpuzzelen 3) Uiteenrafelen 4) Uitpluizen 5) Uitspitten 6) Uitvezelen 7) Stof uit elkaar trekken 8) Ontwarren 9) Uitzoeken 10) Ontcijferen 11) Oplossen 12) Ontknopen 13) Ontraadselen
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van ontrafelen?
De verleden tijd van ontrafelen is 'ontrafelde'. Het voltooid deelwoord is 'heeft ontrafeld'.
Wat betekent ontrafelen?
'uitzoeken hoe (iets ingewikkelds) precies in elkaar zit'
Hoe spel je ontrafelen?
ontrafelen spel je O N T R A F E L E N
Wat is een ander woord voor ontrafelen?
Andere woorden voor ontrafelen zijn ontcijferen, ontknopen, ontraadselen, ontwarren, oplossen, uit de war halen, uit elkaar halen, uitpluizen, uitrafelen, uitvezelen en uitzoeken.

Op andere websites
Zoek ontrafelen in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek ontrafelen op Google
Zoek ontrafelen op Woordenlijst.org
Zoek ontrafelen in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek ontrafelen op Wikipedia