omswitchen

werkw.
Afbreekpatroon:  'om - swit - chen
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  switchte om (verl.tijd )
Vervoegingen:  omgeswitcht (volt.deelw.)

omslaan, overstappen, overschakelen
Voorbeeld:  `omswitchen naar een andere verzekeringsmaatschappij`


Herkomst volgens etymologiebank.nl
omswitchen (omzwaaien naar)