fier

bijv.naamw.
Uitspraak:  [fir]

trots en met veel zelfvertrouwen
Voorbeelden:  `een fiere trainer na de overwinning van zijn club`,
`een vrouw met een fiere uitstraling`
fier op  (trots op) `Ik ben fier op mezelf na dit goede resultaat.`
zo fier als een gieter/als een pauw  (heel erg trots) `Zo fier als een gieter ben ik op mijn kruidentuintje.` Synoniem: apetrots

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanzienlijk deftig flink glorieus groots indrukwekkend majestueus nobel parmant parmantig plechtig plechtstatig prat statig trots vorstelijk

Taaladvies
Fier / trots: Is het woord fier correct in deze zin: Veel Argentijnen zijn er fier op dat paus Franciscus uit hun land komt?

Intensiveringen
Hoe kun je fier krachtiger uitdrukken?
fier als een gieter; fier als een haan;

16 definities op Encyclo
  1. bloeiend, fris
  2. Let op: Spelling van 1858 fier, Fr., hoogmoedig; ook verwaand, stout, trotsch. Fier-à-bras, snorker, snoever. Fierté, Fr., fierheid; ook stuurschheid, trotschheid
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] trots, stout, hooghartig. ~HEID, v. [geen meervoud] trotsheid, hooghartigheid.
  4. trots Jaar van herkomst: 1220-1240 (CG II 1 Aiol )
  5. een goed gevoel hebben over wat je hebt gedaan of bereikt vb: fier toonde hij ons zijn boekenverzameling Synoniem: trots
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met fier:
fierheidfierljeppen

Deze woorden eindigen op fier:
griffiersaffierzefier

Herkomst volgens etymologiebank.nl
fier (zelfbewust, niet tot laagheid in staat; trots)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 96% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `fier`.