de nood

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [not]
Verbuigingen:  noden (meerv.)

1) heel moeilijke situatie waarin hulp nodig is
Voorbeeld:  `hongersnood`
als de nood aan de man komt  (als de situatie heel moeilijk wordt)
in geval van nood  (in een bijzondere omstandigheid, als het dringend nodig is)

2)
hoge nood hebben  (moeten plassen of poepen)

3)
nood hebben aan  (behoefte hebben aan) `Er is nood aan meer wetenschappelijk onderzoek over...`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
agonie armoe behoefte behoeftigheid benauwdheid beproeving bezoeking ellende ergernis grief hulpbehoevendheid kwelling misère narigheid noodtoestand noodwendigheid schamelheid temptatie torment verschrikking

Spreekwoorden en zegswijzen
• vrienden in de nood honderd in een lood (=in nood kent men zijn vrienden)
• van de nood een deugd maken (=zich naar de omstandigheden schikken)
nood leert bidden. (=in nood leert men anderen om hulp vragen)
nood breekt wet. (=bij moeilijke omstandigheden is er meer geoorloofd)
• klagers hebben geen nood en pochers hebben geen brood. (=zowel klagers als pochers kunnen de zaken nogal eens overdrijven.)
Toon alle 10 spreekwoorden die nood bevatten

Taaladvies
  1. (hebben) Is het gebruik van nood correct in de volgende zin: Deze maatregelen moeten de nood aan taalleraren helpen verminderen? Zie Nood
  2. Schrijf je in( )geval als één of als twee woorden in een zin als de volgende: `Ingeval/in geval van nood kunt u het alarmnummer bellen`? Zie Ingeval van nood / in geval van nood


Intensiveringen
Hoe kun je met nood een ander begrip versterken?
als de nood aan de man komt;

7 definities op Encyclo
  • grote moeilijkheden, gevaar vb: het schip is in nood nood breekt wet [als je in moeilijkheden bent kun je je niet altijd aan de regels houden] van de nood een deugd maken...
  • Spreekwoorden: (1914) De nood gaat (of komt) aan den man. ‘Dat is, het geld de huid, of het leven. Dan klemt het gevaar allermeest; en daarvoor zal men alles doen, ...
  • [Belgisch Nederlands] (vaak in het mv: noden) behoefte
  • •rampspoed, gevaar, gebrek.
  • [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Nood``] Dit woord zamengesteld met andere woorden beteekent, hetzij, dat de voorwerpen, welke door die woorden aangeduid worden, mo...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met nood:
    noodaggregaatnoodaggregatennooddenooddennooddruftnooddruftignoodfondsennoodgebouwnoodgedwongennoodgevalnoodgevallennoodgreepnoodhamernoodhamersnoodhulpnoodkerknoodkloknoodklokkennoodknopnoodkoeling
    Toon alle woorden die beginnen met nood

    Deze woorden eindigen op nood:
    ademnoodbarensnoodgedominoodgekanoodgenoodhongersnoodkleinoodongenoodsnoodternauwernoodwatersnoodwoningnood
    Toon alle woorden die eindigen op nood

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    nood (gevaar; behoefte, gebrek)