natief

bijv.naamw.

geboortig, naturel
Voorbeelden:  `natief zetmeel is zetmeel zoals het in de plant voorkomt`,
`Bij een klepvervangingsoperatie wordt de natieve klep geheel of gedeeltelijk verwijderd, waarna een klepprothese wordt geïmplanteerd`


Bron: WikiWoordenboek.

2 definities op Encyclo
  • Let op: Spelling van 1858 geboortig, afkomstig; aangeboren. Nativiteit, nativité, naisance, Fr., de geboorte, het geboorte-uur. Ook bij de sterrekijkers de voorspelling ...
  • 1) Aangeboren 2) Geboortig 3) Inheems 4) Naturel 5) Ongekleurd 6) Onveranderd
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op natief:
    alternatiefdenominatiefdeterminatiefnominatiefterminatief

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    natief (geboortig, naturel)