natief

bijv.naamw.

geboortig, naturel
Voorbeelden:  `natief zetmeel is zetmeel zoals het in de plant voorkomt`,
`Bij een klepvervangingsoperatie wordt de natieve klep geheel of gedeeltelijk verwijderd, waarna een klepprothese wordt geïmplanteerd`


Bron: WikiWoordenboek.

3 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 geboortig, afkomstig; aangeboren. Nativiteit, nativité, naisance, Fr., de geboorte, het geboorte-uur. Ook bij de sterrekijkers de voorspelling ...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: bijvoegelijk naamwoord aangeboren; geboren, afkomstig. *...TIVITEIT, v. geboorte-uur, toekomstig lot (bij het horoskoop-trekken).
  3. 1) Aangeboren 2) Geboortig 3) Inheems 4) Naturel 5) Ongekleurd 6) Onveranderd
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op natief:
alternatiefdenominatiefterminatiefdeterminatiefnominatief

Herkomst volgens etymologiebank.nl
natief (geboortig, naturel)