de muts

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [mʏts]
Verbuigingen:  muts|en (meerv.)

1) kledingstuk dat je op je hoofd draagt
Voorbeeld:  `een warme, wollen muts`

2) domme vrouw

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
baret hoofddeksel huif ijsmuts kap vagina

Spreekwoorden en zegswijzen
• zo vast staan als een muts met zeven keelbanden (=erg vast staan)
• met de muts naar iets gooien (=ergens geen zorg aan besteden)
• met de muts gooien naar (=er een slag naar slaan, ernaar raden)
• een veer op zijn muts steken (=een compliment geven/krijgen)
• de muts zich verkeerd staan (=een slecht humeur hebben)
Naar de spreekwoorden

12 definities op Encyclo
  • zie bonnet
  • Muidens Ultimate Tijdvergoeding Systeem. Zie ook Handicap.
  • Matrozenmuts. Met klep heet zoiets `pet`.
  • •hoofddeksel van textiel zonder harde rand. •netmaag, één van de vier magen van herkauwers. •de volkse naam voor vagina. •een scheldwoord voor een vrouw.
  • hoofddeksel van soepel materiaal vb: hij heeft een wollen muts op tegen de kou zijn muts staat verkeerd [hij is niet goed te spreken, niet vrolijk]
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met muts:
    mutsen

    Deze woorden eindigen op muts:
    badmutsbivakmutsfeestmutskardinaalsmutsklapmutskoksmutspapenmutsslaapmutstheemuts

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    muts (hoofddeksel)