meten

werkw.
Uitspraak:  ['metə(n)]
Vervoegingen:  mat (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gemeten (volt.deelw.)

1) zorgen dat je te weten komt hoe groot of lang iets is
Voorbeeld:  `eerst meten hoeveel je nodig hebt, voor je gordijnen bestelt`
Synoniem:  opmeten

2)
zich kunnen meten met iemand  (net zo goed zijn als iemand)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afmeten bepalen de maat nemen opmeten peilen wedijveren

Spreekwoorden en zegswijzen
• zich met iemand meten (=met iemand wedijveren)
meten is weten, gissen is missen. (=je kunt beter afmetingen meten dan schatten.)
• met twee maten meten (=niet voor alles of iedereen even streng zijn)
• met passen en met meten wordt de meeste tijd versleten. (=voorbereidingen zijn dikwijls het meest tijdrovend onderdeel van een taak.)
• met de ogen meten (=schatten)
Toon alle 7 spreekwoorden die meten bevatten

Taaladvies
  1. Is lintmeter correct? Zie Lintmeter / centimeter / meetlint
  2. Wat is de verleden tijd van meten:  meette of mat? Zie meette / mat


10 definities op Encyclo
  • Meten in strikte zin is de vergelijking van een grootheid met een relevante eenheid. Meting is niet beperkt tot natuurkundige grootheden, maar strekt zich uit tot de kwa...
  • Suikergehalte, inhoudsmaten, deeg meten m.b.v. meetlat. https://www.kokswereld.nl/content-culinairwoordenboek.html
  • • [ov] de waarde van een bepaalde grootheid bepalen door deze te vergelijken met een ijkwaarde.
  • bepalen hoe groot of lang of breed iets is vb: we meten de lengte van de gordijnen
  • [Vergeten woorden] (zw. -te) 1) een maat stellen, een doel stellen 2) beschikken 3) beëindigen [~ meten]
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op meten:
    aangemetenafgemetenafmetenbemetendoorgemetendoormetengametengemetengesmeteningemetenkometenkraametenlandmetenlemmetennagemetenopgemetenopmetensmetentoegemetentoegesmeten

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    meten (de maat bepalen)