meten

werkw.
Uitspraak:  ['metə(n)]
Vervoegingen:  mat (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gemeten (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) zorgen dat je te weten komt hoe groot of lang iets is
Voorbeeld:  `eerst meten hoeveel je nodig hebt, voor je gordijnen bestelt`
Synoniem:  opmeten

2)
zich kunnen meten met iemand  (net zo goed zijn als iemand)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afmeten bepalen de maat nemen opmeten peilen wedijveren

Spreekwoorden en zegswijzen
• zich met iemand meten (=met iemand wedijveren)
meten is weten, gissen is missen. (=je kunt beter afmetingen meten dan schatten.)
• met twee maten meten (=niet voor alles of iedereen even streng zijn)
• met passen en met meten wordt de meeste tijd versleten. (=voorbereidingen zijn dikwijls het meest tijdrovend onderdeel van een taak.)
• met de ogen meten (=schatten)
Toon alle 7 spreekwoorden die meten bevatten

11 definities op Encyclo
  1. bepalen hoe groot of lang of breed iets is vb: we meten de lengte van de gordijnen
  2. Meten in strikte zin is de bepaling van de grootte of de omvang van iets aan de hand van waarneming en uitgedrukt in een getalswaarde of in een eenheid met een aangegeven...
  3. meetinstrument gebruiken en aflezen om het meetresultaat van een fysische grootheid te noteren
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [ongelijkvloeiend] (ik mat, heb gemeten), de maat (van iets) nemen; peilen, roeijen; (zeew.) opnemen, nagaan, on...
  5. • [ov] de waarde van een bepaalde grootheid bepalen door deze te vergelijken met een ijkwaarde.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op meten:
aangemetendoorgemetengameteningemetenkometenlemmetendoormetennagemetenlandmetenopgemetenopmetenkraametentoegemetentoegesmetenuitgemetenuitgesmetenuitmetenbemetenafmetengemeten

Herkomst volgens etymologiebank.nl
meten (de maat bepalen)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `meten` kennen.