peilen

werkw.
Uitspraak:  [ˈpɛilə(n)]
Vervoegingen:  peilde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gepeild (volt.deelw.)

1) onderzoeken wat mensen vinden of voelen
Voorbeeld:  `de stemming peilen`

2) meten hoe hoog of diep iets is
Voorbeeld:  `peilstok`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bepalen loden meten opmeten polsen sonderen vademen

Taaladvies
  1. Schrijf je dieptepeilen (= de diepte van het water peilen) met ei of ij? Zie dieptepeilen / dieptepijlen
  2. Schrijf je peilen (`de diepte peilen`, `de markt peilen`, `iemand niet kunnen peilen`) met ei of ij? Zie peilen / pijlen
  3. Waar komt de uitdrukking iemand de nieren proeven vandaan? Zie Iemand de nieren proeven


4 definities op Encyclo
  • kijken hoe diep of hoe hoog iets is vb: we hebben gepeild hoeveel water er in het vat zit onderzoeken wat mensen ergens van vinden vb: we zullen eens peilen of ze met ons...
  • 1) Afdiepen 2) Aftasten 3) Bepalen 4) De diepte bepalen 5) De diepte meten 6) De diepte opnemen 7) Diepte bepalen 8) Diepte opnemen 9) Doorgronden 10) Doorschouwen 11) Ie...
  • 1> het verrichten van een meting om de positie van het schip bepalen. 2> met een peilstok of een peillood de diepte van het water bepalen. Vroeger ook diepen genoemd
  • Het bepalen van de hoek tussen de noordrichting (of de eigen koerslijn) en de richting waarin een object wordt waargenomen. Het bepalen van de waterdiepte onder of naast ...
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    peilen