• meten is weten, gissen is missen (=je kunt beter afmetingen meten dan schatten) • met twee maten meten (=niet voor alles of iedereen even streng zijn) • met passen en met meten wordt de meeste tijd versleten (=voorbereidingen zijn dikwijls het meest tijdrovend onderdeel van een taak) • met de ogen meten (=schatten) • met de maat waarmee gij meet, zal u weder gemeten worden (=op de manier zoals je een ander behandelt zal je ook zelf behandeld worden) Toon alle 8 spreekwoorden die mete bevatten
2 definities op Encyclo
meet, lijn, rij - Voorbeeld: ‘Hij keek hoe de wiedsters elk bij zijn weerga, in de mete schoven en op één, lange lijn, de eerste gang inzetten aan 't hoofdeinde van de kouter’
[Let op: mogelijk oud Nederlands van 1400-1800] oppervlakte- en landmaat, is het zelfde als gemet