de medicus

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['medikʏs]
Verbuigingen:  medi|ci (meerv.)

de medi|ca

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  ['medi|ka]
Verbuigingen:  medica|'s, medica|e (meerv.)

iemand die als beroep zieke mensen beter maakt
Voorbeeld:  `Iedere medicus kan je vertellen dat je van uranium geen leukemie kunt krijgen.`
Synoniemen:  dokter, arts

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
arts dokter geneesheer

4 definities op Encyclo
  • wie een officiële bevoegdheid heeft om zieken te behandelen vb: een medicus heeft tot doel om zieken beter te maken Synoniemen: arts dokter geneesheer
  • 1) Arts 2) Beroep 3) Dokter 4) Geneesheer 5) Geneeskundige
  • arts Jaar van herkomst: 1440 (MNW )
  • de middelste vinger
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op medicus:
    paramedicus

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    medicus (arts)