marcheren

werkw.
Uitspraak:  [mɑr'ʃerə(n)]
Vervoegingen:  marcheerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gemarcheerd (volt.deelw.)

lopen met anderen en dezelfde stappen nemen defensie

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
gaan lopen manoeuvreren

6 definities op Encyclo
  • Faire marcher, mettre en marche. .Opzetten en in bereiding brengen. Ook: faire partir.
  • Let op: Spelling van 1858 te voet gaan, oprukken op soldatenwijs
  • Faire marcher, mettre en marche. Opzetten en in bereiding brengen. Ook: faire partir.
  • Marcheren is het lopen in een georganiseerde en uniforme ritmische stoet, vaak uitgevoerd door militairen, maar ook door bijvoorbeeld fanfares, harmonieorkesten en major...
  • in ritmische pas gaan Jaar van herkomst: 1588 (Claes Tw. 11 )
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op marcheren:
    uituitmarcheren

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    marcheren (in ritmische pas gaan)