agglomereren

werkw.
Verbuigingen:  agglomereerde
Verbuigingen:  geagglomereerd

zich ophopen, samenklonteren


Bron: WikiWoordenboek.

3 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 zich ophoopen, grooter worden, zoo als een sneeuwbal, die gerold wordt. Geagglomereerde huizen, die digt bij elkander gebouwd zijn
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: bedrijvend werkwoord gelijkvloeiend (ik agglomereerde, heb geagglomereerd), zich ophopen; grooter worden; dichter bij elkander bouw...
  3. 1) Samenklonteren
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
agglomereren (samenklonteren)