de maas

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [mas]
Verbuigingen:  mazen (meerv.)

opening tussen de draden van een visnet
Voorbeeld:  `de mazen van de wet kennen en daardoor altijd aan veroordeling weten te ontkomen`
door de mazen van het net glippen  (op een handige manier ontkomen aan de voor jou vervelende gevolgen van je bedenkelijke gedrag)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
breisteek steek strik

Spreekwoorden en zegswijzen
• met de prins over de Maas geweest zijn (=veel meegemaakt hebben)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Schrijf je rivieren met een hoofdletter? Zie de dijle / de Dijle

9 definities op Encyclo
  • == Etymologie == De naam Maas is afgeleid van het Middelnederlande Mase. Er kan worden aangenomen dat deze naam voortkomt uit het Oudnederlandse *Masa, dat niet in tekst...
  • [Vergeten woorden] (v. mazen), maze 1) vlek, smet (vooral op de huid) 2) litteken [~ mazer, mazelen]
  • Uit `De lagere vaktalen: Taal der Loodgieters, zinkbewerkers en gasfitters` 1914 opening tusschen draden van 'n stof, bij vlechtwerk malie genoemd.
  • 1) Belgische rivier 2) Breisteek 3) Europese rivier 4) Gat 5) Grensrivier 6) Grote rivier in europa 7) Kratermeer 8) Limburgse rivier 9) Nederlandse rivier 10) Netknoop 1...
  • elk der openingen in een net. Gerelateerde termen: beentje, hoekmaas, kantmaas, kopmaas, randmaas. Meer termen bij Diverse termen inzake vistuig L>. DUBBELE MAAS maas die...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met maas:
    MaasbreesmaasdemaasdekkingmaasdenmaashagedisMaasstadmaasstroommaastMaastrichtenaarMaastrichtenarenMaastrichtermaastrichtienMaastrichtsMaastrichtsemaaswerkmaaswijdtemaaswijdtenmaaswijdtes

    Deze woorden eindigen op maas:
    Limaassamaas

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. maas (munt)
    2. maas (opening in een netwerk)