I de maal

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [mal]
Verbuigingen:  malen (meerv.)

<je zegt dit woord als je een getal vermenigvuldigt met een ander getal>
Voorbeeld:  `drie maal drie is negen`
Synoniem:  keer


II het maal

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [mal]
Verbuigingen:  malen (meerv.)

het opeten van voedsel op vaste tijden van de dag
Voorbeelden:  `avondmaal`,
`feestmaal`
Synoniem:  maaltijd

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
diner keer maalkruis maaltje

Spreekwoorden en zegswijzen
• er zijn maal wel mee kunnen doen (=er wel mee toekomen)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Deze keer / dit keer, deze maal / ditmaal: Is het deze keer en deze maal of dit keer en ditmaal?

Intensiveringen
Hoe kun je met maal een ander begrip versterken?
je drie maal in de rondte werken;

7 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. en o. (malen), keer, reis; hoeveel - of malen? voor dit - nog en dan niet meer. ~, o. zie MAALTIJD. ~, v. (B.m.). mail, koffer, reis...
  2. Uit `De lagere vaktalen: De vogelvangerstaal` 1914 eene platte ijzeren plaat waar kolen in zijn van verschillige grootte waar men de gedroogde ballen in ronddraait om die...
  3. [Vergeten woorden] (v.) reiszak, tas, (vooral lederen) koffer [= West-Vlaams maal]
  4. elk moment waarop het gebeurt vb: ik zat voor de eerste maal in een sportwagen dat is ten enen male uitgesloten [absoluut uitgesloten] herhaalde malen [verschillende kere...
  5. •'maal', [n] ; de handeling van eten zoals die dagelijks op geregelde tijden plaatsvindt •keer •maaltijd
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met maal:
maal afmaal droogmaal fijnmaal opmaal uitmaaldemaaldenmaalgraadmaalstroommaaltmaaltekenmaaltekensmaaltijdmaaltijdenmaaltijdenprojectmaaltijdsalademaaltijdsoepmaaltijdvervanger

Deze woorden eindigen op maal:
abnormaalallemaalavondmaalditmaaleenmaaletmaalfeestmaalgemaalhelemaalmaximaalmiddagmaalminimaaldermaalnormaalmeermaaloptimaalwatermaalparanormaalparoxysmaalperformaal

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. maal (jonge koe)
  2. maal (markgenoot)
  3. maal (telkens terugkerend tijdstip, keer)
  4. maal (valies)
  5. maal (vlek, teken)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `maal`.