los, rul, niet dicht of vast - Voorbeeld: ‘Zand! zand! zand! tierde hij overluid. (...) Zie, jongen, nu ga ik het u uiteendoen: ge rijdt langs de huizen, eerst die kant af, tot ginder aan de wegwijzer en ge keert langs de overkant tot achter de kerk, we zullen daar malkaar vinden - ik ga vaten kopen. Een s...