I de bruut

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [bryt]
Verbuigingen:  bruten (meerv.)

gewelddadige man
Voorbeeld:  `De bruut liet iedereen schrikken met zijn agressief gedrag.`


II bruut

bijv.naamw.
Uitspraak:  [bryt]

die of dat gewelddadig is
Voorbeelden:  `met brute kracht`,
`bruut optreden van de politie`
Synoniem:  grof

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
barbaars beest beestachtig inhumaan monsterlijk onmenselijk wreed wreedaard zachtzinnig (antoniem)

Intensiveringen
Hoe kun je met bruut een ander begrip versterken?
bruut geweld; brute kracht; brute moord; brute pech;

7 definities op Encyclo
  • ruw en gewelddadig persoon vb: de bruut heeft me geslagen
  • Uit `De lagere vaktalen: Diamantbewerking` 1914 ruw, fra. brute.
  • •iemand die nietsontziend en gewelddadig optreedt.
  • [slang] wreed
  • ruw en gewelddadig vb: die vrouw kan niet meer tegen zijn brute gedrag
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met bruut:
    bruutheid

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    bruut (gewelddadig; ruw)