de lont

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [lɔnt]
Verbuigingen:  lont|en (meerv.)

brandbare draad in een kaars of aan vuurwerk
een kort lontje hebben  (snel geërgerd en boos zijn)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
onraad ontsteking

Spreekwoorden en zegswijzen
lont ruiken (=ergens het vermoeden toe hebben / het gevaar tijdig aanvoelen)
• de lont in het kruit werpen (=mensen laten loskomen, opstoken)
• de lont in het kruit steken/werpen (=een uitbarsting veroorzaken)
Naar de spreekwoorden

9 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. [bijvoorbeeld] en o.), (-en), aangestoken touw dat branden blijft en dient om andere voorwerpen vuur te doen vatten; de - van een ka...
  2. de staart van den vos
  3. Spreekwoorden: (1914) Lont ruiken (of rieken) Winschooten, 142 zegt i.v. lont: ‘Het is een gedraaide streng van werk, ens. door welkers behulp roers, geschut, kan a...
  4. draad in een kaars of in vuurwerk vb: op deze plek kun je de lont aansteken de lont in het kruitvat steken [een uitbarsting veroorzaken]
  5. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Lont, lontslot, lontverberger``] Zie Handvuurwapens, Ontstekingsmiddelen
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met lont:
lonten

Deze woorden eindigen op lont:
klont

Herkomst volgens etymologiebank.nl
lont (koord voor ontsteking)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `lont`.