zuinig

bijv.naamw.
Uitspraak:  zœynəx]

1) als je weinig geld uitgeeft
Voorbeeld:  `zuinig leven`
Antoniem:  kwistig
zuinig zijn op  (voorzichtig zijn met (iets)) `We moeten zuinig zijn op onze natuurgebieden.`

2) (van iets) als het weinig van iets verbruikt
Voorbeelden:  `een zuinige motor`,
`zuinig zijn met zout en suiker`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
dor economisch lek nauw sip smal sober spaarzaam uitgedroogd voordelig zuinigjes kwistig (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
zuinig kijken (=teleurgesteld of verdrietig kijken)
• op een zuinigje (=erg goedkoop - weinig moeite doend)
Naar de spreekwoorden

5 definities op Encyclo
  1. spaarzaam Jaar van herkomst: 1612 (WNT )
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] (-er, -st), spaarzaam, karig; matig; - leven, niet veel geld uitgeven; hij is - met zijne wooord...
  3. met zo weinig mogelijk geld of tijd en zoveel mogelijk resultaat vb: ze komt goed uit met haar salaris, ze is erg zuinig zuinig leven [weinig geld gebruiken] de auto rijd...
  4. •voorzichtig met het uitgeven van geld, spaarzaam.
  5. 1) Benauwd 2) Bijwoord 3) Dor 4) Economisch 5) Gesparig 6) Gierig 7) Kaal 8) Karig 9) Krenterig 10) Lek 11) Nauw 12) Niet scheutig 13) Niet vrijgevig 14) Op de penning 15...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met zuinig:
zuinigheid

Deze woorden eindigen op zuinig:
bezuinig

Herkomst volgens etymologiebank.nl
zuinig (spaarzaam)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `zuinig` kennen.