het leen

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [len]

te leen hebben  ((iets) tijdelijk gebruiken dat je geleend hebt) `een fiets te leen hebben`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bruikleen leengoed

9 definities op Encyclo
  1. het leen kon bestaan uit bezit, (te leen) van een onroerendgoed, een bevoegdheid, aandeel in de opbrengst, een stuk grond van uiteenlopende uitgestrektheid, ambten, cijnz...
  2. Let op: Spelling van 1858 Feudum, Lat., liggende gronden, met regt van vruchtgebruik, tegen zekere dienstpligten, blijvende de eigendom aan den leenheer. Leenbrief, de sc...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (B.m. en o.), (-en), goed (grondbezitting enz.) dat aan een ander ter leen gegeven is; leening, ter leen verstrekte geldsom; te - ge...
  4. een stuk grond, een ambt of een recht dat iemand aan een ander in bruikleen heeft gegeven
  5. 1) Bezit 2) Bezit dat men niet in eigendom heeft 3) Bruikleen 4) Erfelijk grondbezit 5) Erfpacht 6) Feodaal gebied 7) Feudeum 8) Feudom 9) Feudum 10) Geleend goed 11) Goe...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met leen:
leen uitleendeleendenleenfietsleenheerleenherenleenroerigleenstelselleentleenvertalingleenwoordleenwoorden

Deze woorden eindigen op leen:
alleenbeleenbruikleenChileenMadrileenmethyleenontleenpropyleenManilleenzadelleenpolypropyleenpolyethyleenethyleenverleenzwaardleenxyleenseleenacetyleen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
leen (tijdelijk gebruikt goed)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `leen`.