uitlenen
werkw.
aan iemand geven om het later weer terug te krijgen | Voorbeelden: | `je tent uitlenen aan je buurman`, `De bibliotheek leent boeken uit.` | |
| Synoniem: | lenen (2) |
Synoniemen
lenen 4 definities op Encyclo
- • [ov] iets voor tijdelijk gebruik aan een ander afstaan.
- 1) In gebruik afstaan 2) Tijdelijk in gebruik geven 3) Tijdelijk geven 4) Tijdelijk afstaan 5) Lenen
- Het uitlenen van stukken uit een collectie aan gebruikers van buitenaf en het administratief bijhouden van zulke leningen
- Voor tijdelijk gebruik afgeven of verhuren. Categorie: Functionele activiteiten > collectiebeheer.
Toon uitgebreidere definitiesTaaladvies
- Is geld ontlenen correct? Zie Ontlenen / lenen, uitlenen
- Is dit juist: het te verstrekken krediet? Zie het te verstrekken krediet
Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van uitlenen?
De verleden tijd van uitlenen is 'leende uit'. Het voltooid deelwoord is 'heeft uitgeleend'.
Wat betekent uitlenen?
'aan iemand geven om het later weer terug te krijgen'
Hoe spel je uitlenen?
uitlenen spel je U I T L E N E N
Wat is een ander woord voor uitlenen?
Een ander woord uitlenen is lenen.Op andere websites
Zoek uitlenen in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek uitlenen op
Google
Zoek uitlenen op
Woordenlijst.org
Zoek uitlenen in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek uitlenen op
Wikipedia