leef als dialectwoord
• lief (Neerharens) • lief (Meerssens) • lief (Aaltens) • lief (Lanakens) • lief (Opglabbeeks) • lief (Brees) Toon alle 19 dialectwoordenSpreekwoorden en zegswijzen
•
leef niet om te eten maar eet om te leven
(=vergeet niet om ook plezier te maken in het leven)Naar de spreekwoorden4 definities op Encyclo
- •eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van leven. •gebiedende wijs van leven. •"(bij inversie)" tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van leven
- [Vergeten woorden] (m. leven) 1) overblijfsel, rest 2) nakomeling, nazaat, telg, zoon [in Bernlef, = Noors Leif (voornaam), ~ blijven (eigenlijk be-lijven), leiven, leve]
- [Vergeten woorden] (o. leven) brood [= Duits Laib, Engels loaf, Noors leiv, ~ lijven ‘beschutten’]
- 1) Hit van André Hazes Jr. 2) Besta 3) Album van André Hazes Jr.
Toon uitgebreidere definitiesDeze woorden beginnen met leef:
•
leefbaar•
leefbaarheid•
leefgebied•
leefgeld•
leefgemeenschap•
leefgenot•
leefgewoonte•
leefgroep•
leefhoek•
leefkamer•
leefklimaat•
leefkuil•
leeflaag•
leefloner•
leefloon•
leefmilieu•
leefnet•
leefomgeving•
leefomstandigheden•
leefomstandigheid•
Toon alle woorden die beginnen met leefDeze woorden eindigen op leef:
•
sleef•
Toon alle woorden die eindigen op leefOp andere websites
Zoek leef in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek leef op
Google
Zoek leef op
Woordenlijst.org
Zoek leef in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek leef op
Wikipedia