leefbaar

bijv.naamw.
Uitspraak:  ['lefbar]

aangenaam voor mensen om te zijn, of mee te maken
Voorbeelden:  `Haar leven was nog enigszins leefbaar dankzij de pijnstillers.`,
`de oude binnenstad weer leefbaar maken`

© Kernerman Dictionaries.

Taaladvies
Leefbaar / levensvatbaar: Kan leefbaar gebruikt worden in de betekenis 'in staat om voort te leven, rendabel genoeg om in stand gehouden te worden'?

4 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] (-der, B. ...arer, -st), vatbaar -, geschikt om te leven. *...DAGEN, m. mv. leeftijd, leven; al mijne -, gedu...
  2. waar je prettig bij kunt leven vb: de situatie in dat gezin is niet leefbaar
  3. [Belgisch Nederlands] levenskrachtig, levensvatbaar
  4. 1) Geschikt om in te leven 2) Geschikt voor het bestaan 3) Geschikt voor leven 4) Kunnende leven 5) Verdraagbaar
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met leefbaar:
leefbaarheid

Deze woorden eindigen op leefbaar:
onleefbaar

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `leefbaar`.