het kompas

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [kɔmˈpɑs]
Verbuigingen:  kompas|sen (meerv.)

voorwerp waarop een draaiende naald het noorden aanwijst

© Kernerman Dictionaries.

Spreekwoorden en zegswijzen
• lelijke streken op zijn kompas hebben (=gemene en lelijke streken uithalen)
Naar de spreekwoorden

16 definities op Encyclo
  1. instrument waarop je kunt aflezen waar het noorden is vb: met behulp van het kompas hebben we de weg gevonden
  2. Het sterrenbeeld Kompas (ook wel eens Scheepskompas ge noemd) is door de Franse sterrenkundige Nicolas-Louis de Lacaille (1713-1762) ingevoerd toen hij zich gedurende een...
  3. Let op: Spelling van 1858 eene windroos, magneetkastje
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (-sen), rond werktuig in welks middelpunt een wijzer is gevestigd op eene spil draaiende, welks uiteinde met zeilsteen is bestreken ...
  5. Meer uitleg dan dat een kompas werkt op het magnetische noorden is op deze site niet te vinden. Bij het varen op binnenwater zal je het kompas alleen gebruiken om bij car...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met kompas:
kompasbeugelskompasfoutenkompashuiskompaskwalkompasnaaldkompasnaaldenkompasplantkompasrooskompasrozenkompassenkompasslakompasstreekkompasstreken

Deze woorden eindigen op kompas:
scheepskompasstandaardkompasgyrokompaskieskompas

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kompas (instrument dat het magnetische noorden aanwijst)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `kompas`.