de kol

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [kɔl]
Verbuigingen:  kol|len (meerv.)

gemene vrouw die kan toveren
Voorbeeld:  `toverkol`
Synoniem:  heks

Zie ook:  col

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
flauwekul gebeuzel geleuter gezwets heks humbug kletskoek kul nonsens rimram tovenaarster wambuis

Spreekwoorden en zegswijzen
• vurige kolen op iemands hoofd stapelen (=iemand een groot schuldgevoel geven door hem onverdiende lof of vriendelijkheid te geven. )
• op hete/gloeiende kolen zitten. (=ongeduldig wachten / veel haast of spanning hebben)
kolen op iemands hoofd stapelen (=iets goed doen voor een onvriendelijke persoon)
kolen naar Newcastle dragen. (=nutteloos werk verrichten.)
Naar de spreekwoorden

10 definities op Encyclo
  1. kleitrommel uit Bangladesh
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-len), witte plek voor het hoofd van een paard; zood. paard zelf; tooverheks; hamerslag tegen het hoofd van een rundbeest; - rijden...
  3. Wit vlekje op het voorhoofd, b.v. bij sommige paarden (vgl. bles)..
  4. Def.: vistuig om kabeljauw te vangen Toelichting: Lijn van ongeveer 100 meter lang, verzwaard met lood.
  5. De bliek of beter bekend als de kolblei, is een vis die veel verwarring schept bij zijn visser. Er bestaan vele synoniemen zoals: blei, bliek, kalfoog, kol, kolfoog, kolb...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met kol:
kolbakkolbakkenkolbakskoldekoldenkolderkolderdekolderdenkolderenkoldertkoleelkolenkolenboerkolenboerenkolencentralekolendampkolenmijnkolenmijnenkolenopslagplaatskolenschop
Toon alle woorden die beginnen met kol

Deze woorden eindigen op kol:
toverkol
Toon alle woorden die eindigen op kol

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. kol (beste hennep, klaproos)
  2. kol (bles)
  3. kol (feeks)
  4. kol (groot sleepnet bij de kabeljauwvisserij)
  5. kol (hamerslag tegen het hoofd van een rund)
  6. kol (stem, keel)
  7. kol (stok)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 79% van de Nederlanders en 75% van de Vlamingen het woord `kol`.