de balans

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [baˈlɑns]
Verbuigingen:  balans|en (meerv.)

1) weegtoestel met twee schalen of bakjes aan een beweegbare arm
Voorbeeld:  `een koperen balans`

2) toestand van rust en harmonie
Voorbeelden:  `in balans zijn`,
`uit balans zijn`,
`een goede balans tussen werk en privézaken`
Synoniem:  evenwicht

3) overzicht van de schulden en bezittingen van een bedrijf of instelling financieel
Voorbeelden:  `de balans opmaken`,
`de activa en passiva op de balans`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bascule boeken evenwicht handelsbalans harmonie jaarafsluiting waag weegschaal

Spreekwoorden en zegswijzen
• de balans opmaken. (=kijken hoe iets verlopen is; nagaan of je ergens voordeel of nadeel van hebt gehad.)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Bilan / balans: Is bilan correct?

25 definities op Encyclo
  1. is een overzicht van alle bezittingen aan de linkerkant (activa of debetzijde) en de schulden plus het eigen vermogen aan de rechter kant (passiva of creditzijde) op een ...
  2. Een overzicht van de activa en de passiva van een sector of land op een bepaald moment. De activa bestaan onder meer uit machines, gebouwen, niet-geproduceerde activa (zo...
  3. Overzicht van bezittingen en vorderingen gesteld tegenover de daarop betrekking hebbende wijze van financiering (schulden) per een bepaalde datum.
  4. zie begrippen L.4..
  5. Onder een balans (eng. Balance sheet) verstaan we de staat van bezittingen en vorderingen enerzijds en van schulden anderzijds aan het eind van een bepaalde periode, (me...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met balans:
balansdagbalansenbalansregelaarsbalansvoertuig

Deze woorden eindigen op balans:
handelsbalansbetalingsbalansecobalansroerbalanswaterbalans

Herkomst volgens etymologiebank.nl
balans (weegschaal, evenwicht)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `balans` kennen.