de klant

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [klɑnt]
Verbuigingen:  klant|en (meerv.)

iemand die iets koopt
Voorbeelden:  `klantenpas`,
`klantenservice`,
`Bij de slager stonden veel klanten te wachten op hun beurt.`,
`de klanten van een bank`
De klant is koning.  (<stelregel van ondernemers dat een klant nooit wordt tegengesproken>)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afnemer cliënt consument gast koper

Taaladvies
Klant / cliënt: Wat is correct: Veel banken bieden hun nieuwe klanten extra voordelen of Veel banken bieden hun nieuwe cliënten extra voordelen?

12 definities op Encyclo
  1. persoon of instelling die aan de archiefinstelling toegang vraagt tot de archiefstukken, lid van de doelgroep
  2. Zie dienstenafnemers
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. en v. zie KALANT; [figuurlijk] welk een -! welk een kerel! ~JE, (B, -N), o. (-s), die nu en dan wat koopt; [figuurlijk] hij is een -...
  4. Iemand die van de diensten van een ander gebruik wilmaken. De klantenkring van gemeenten bestaat uit burgers, bedrijven,maatschappelijke instellingen en andere overheidso...
  5. wie iets koopt vb: er stond een rij klanten voor de kassa de klant is koning [hij mag zeggen hoe hij het hebben wil]
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met klant:
klantenklantenkaartklantenserviceklantenwervingklantgerichtklantgerichtheidklantmanagerklantonvriendelijkklantprocesklantvriendelijkklantvriendelijkheid

Deze woorden eindigen op klant:
bajesklant

Herkomst volgens etymologiebank.nl
klant (afnemer)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `klant` kennen.