de gast

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [xɑst]
Verbuigingen:  gast|en (meerv.)

1) iemand die je hebt uitgenodigd om te eten of te slapen
Voorbeelden:  `te gast zijn bij iemand`,
`een graag geziene gast`
Synoniem:  bezoeker

2) klant in een horecagelegenheid of een vakantieoord
Voorbeeld:  `In juli en augustus hebben we veel zomergasten.`

3) man
Voorbeeld:  `twee van die gasten met tatoeages`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bezoeker eter figuur genodigde gozer habitué inspecteur invité ker kerel knakker knul logé man overnachter slaapgast slaper stamgast vaste klant vent

Spreekwoorden en zegswijzen
• zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten (=men ziet de anderen zoals men zichzelf ziet)
• ongenode gasten zet men achter de deur (=wie niet welkom is, laat men niet binnen of laat men zo lang mogelijk wachten)
Naar de spreekwoorden

10 definities op Encyclo
  1. wie is uitgenodigd vb: er kwamen veel gasten op het feest Synoniem: genodigde bezoeker van café, restaurant of hotel vb: hoeveel gasten logeren in dit hotel? zoals de wa...
  2. Een bezoeker die één of meer nachten achtereen in een logiesaccommodatie verblijft. Navolgende personen tellen niet mee voor de statistiek logiesaccommodaties: - Vaste...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. en v. (-en), genoodigde; vreemdeling die in een logement zijnen intrek komt nemen, - aan eene open tafel komt eten; dischgenoot; gez...
  4. Uit `De lagere vaktalen: Diamantbewerking` 1914 knecht.
  5. [Belgisch Nederlands] knecht van een ambachtsman, gezel
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met gast:
gastankgastarbeidergastarbeidersgastcollegegastconservatorgastdocentengastegasteergasteerdegasteerdengasteertgastengastenboekgastenboekengastenkamergasterengastheergastherengasthoogleraargasthoogleraars
Toon alle woorden die beginnen met gast

Deze woorden eindigen op gast:
badgastgegasthotelgastfeestgastsuikergaststamgastvergastdwaalgastzomergastspuitgast
Toon alle woorden die eindigen op gast

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. gast (bezoeker)
  2. gast (viertal van eieren, garven)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `gast` kennen.