I kastijden

werkw.
Verbuigingen:  kastijdde
Verbuigingen:  gekastijd

lijfstraf in uitvoering brengen.
Voorbeeld:  `De lijfeigenen werden door hun wrede heer gekastijd omdat zij geprotesteerd hadden.`


II kastijden

zelfst.naamw.
Verbuigingen:  kastijden

de tijden waarop een kas open is.
Voorbeeld:  `Nee, ze zijn nu niet open omdat de kastijden zijn veranderd.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
ergeren geselen tuchtigen vernederen

7 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: bedrijvend werkwoord gelijkvloeiend (ik kastijdde, heb gekastijd), straffen, tuchtigen; pijnigen; zijn vlees -, zich zelven (uit go...
  2. •lijfstraf in uitvoering brengen. •de tijden waarop een kas open is.
  3. 1) Aframmelen 2) Afstraffen 3) Castigeren 4) Disciplineren 5) Ergeren 6) Folteren 7) Geselen 8) Lijfstraf in uitvoering brengen 9) Macereren 10) Mortificeren 11) Pijnigen...
  4. Nederlands pijnlijk straffen
  5. straffen, pijnigen, geselen.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kastijden (tuchtigen, straffen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 91% van de Nederlanders en 91% van de Vlamingen het woord `kastijden`.