het biljet

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [bɪlˈjɛt]
Verbuigingen:  biljet|ten (meerv.)

1) stuk papier waarop iets staat
Voorbeelden:  `toegangsbiljet`,
`aanplakbiljet`

2) officieel stuk papier
Voorbeelden:  `een aanslagbiljet van de belasting`,
`bankbiljet`,
`een biljet van twintig euro`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanplakbiljet affiche bankbiljet kaartje plakkaat poster

Taaladvies
Twintigeurobiljet / 20 eurobiljet / €20-biljet: Wat is correct: twintigeurobiljet, 20 eurobiljet of €20-biljet?

4 definities op Encyclo
  1. stuk papier waarop iets gedrukt is vb: je hebt stembiljetten, bankbiljetten en aanplakbiljetten
  2. •een stuk van staatswege uitgegeven papier waaraan geldswaarde is toegekend.
  3. 1) Aanplakbiljet 2) Affiche 3) Afgiftebewijs 4) Bankbiljet 5) Bedrukt briefje 6) Bewijs 7) Briefje 8) Drukwerk 9) Formulier 10) Geldbriefje 11) Kaartje 12) Klein briefje ...
  4. briefje, kaartje Jaar van herkomst: 1488 (HWS )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met biljet:
biljetten

Deze woorden eindigen op biljet:
aangiftebiljetaanplakbiljetaanslagbiljetbankbiljeteurobankbiljettieneurobiljethonderdeurobiljettweehonderdeurobiljettwintigeurobiljetvijftigeurobiljetvijfhonderdeurobiljet€200-biljetvijfeurobiljet€10-biljet€100-biljet€20-biljet€5-biljet€50-biljet€500-biljeteurobiljet

Herkomst volgens etymologiebank.nl
biljet (kaartje)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `biljet`.