het kabinet

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [kabiˈnɛt]
Verbuigingen:  kabinet|ten (meerv.)

1) alle ministers en de premier samen poliek
het kabinet is gevallen  (de regering is afgetreden)

2) groep persoonlijke medewerkers van een minister poliek
Voorbeeld:  `het kabinet van de minister van cultuur`

3) grote, hoge, houten kast met deuren en laden
Voorbeeld:  `Mijn oma had al haar linnengoed in haar kabinet.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
gezag gouvernement kabinetkast kamer Kamer der Staten-Generaal kantoor ministers regering

24 definities op Encyclo
  1. Een kabinet bestaat uit de ministers en de staatssecretarissen. Een kabinet draagt vrijwel altijd de naam van de premier: Kabinet-Kok, Kabinet-Lubbers enzovoort.
  2. Ministers + staatssecretarissen. Is niet precies hetzelfde als regering.
  3. Het kabinet bestaat uit een minister president (leider van de ministers), ministers en de staatssecretarissen (soort onderministers). Ze komen uit de partijen die in de r...
  4. Let op: Spelling van 1858 een bekende ouderwetsch stuk huisraad, eene hooge, breed ladekas; een vertrekje, arbeidsvertrek, vorstenkamer Ook de geheime raadsvergadering va...
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (-ten), werkkamer, geheim vertrek; zaal -, galerij voor kunst (bij een particulier); (ook) verzameling van kunstvoorwerpen; kunst-; ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met kabinet:
kabinetsbeleidkabinetscriseskabinetscrisiskabinetscrisissenkabinetsformateurkabinetsformatiekabinetsperiodekabinetsraadkabinetten

Deze woorden eindigen op kabinet:
meerderheidskabinetminderheidskabinetgedoogkabinetzakenkabinet

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kabinet (ouderwetse fraaie kast; klein werkvertrek; groep naaste medewerkers, enz.)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `kabinet`.