de kamer

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  ['kamər]
Verbuigingen:  kamer|s (meerv.)

ruimte in een gebouw
Voorbeelden:  `Het hotel heeft twintig kamers.`,
`huiskamer`,
`slaapkamer`
op kamers gaan  ((van een studerende jongere) het ouderlijk huis verlaten en op zichzelf gaan wonen)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
achterkamer eerste kamer kabinet Kamer der Staten-Generaal kamertje ruimte in een gebouw suite vertrek vertrekken

19 definities op Encyclo
  1. Onderdeel van een rechterlijk college, zoals een strafkamer, belastingkamer, vreemdelingenkamer of militaire kamer. Zie ook: Enkelvoudige kamer en Meervoudige kamer.

  2. Dit is eigenlijk een verkeerde uitdrukking, omdat je moet aangeven of je de Eerste of de Tweede Kamer bedoelt. Meestal bedoelt men met De Kamer, de Tweede Kamer.
  3. Afdeling van het hart, die het bloed in een slagader stuwt.
  4. )1. I,1: afgesloten deel van een dek of ruim; broodkamer, constabelskamer, kruitkamer etc. Met kamer, zonder meer, wordt meest de constabelskamer bedoeld; 2. I,1: vernauw...
  5. Let op: Spelling van 1858 behalve de gewone beteekenis van dit woord, wordt kamer door de vleeschhouwers gebruikt, in den zin van de holle ruimte voor het nierbed; bij de...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met kamer:
kameraadkameraadschapkameradenkamerantennekamerantenneskamerdebatkamerfibrillerenkamergenootkamergenotenkamerheerkamerjaskamerjassenkamerjongenKamerledenKamerlidkamermeisjeKameroenerKameroensKameroensekamerolifant
Toon alle woorden die beginnen met kamer

Deze woorden eindigen op kamer:
badkamereenpersoonskamereetkamerhotelkamerhuiskamerkraamkamermeldkamergastenkamerbabykamerrookkamermartelkamerlogeerkamergrafkamergaskamerpaskamerbellenkamerlinkerkamerpostkamerleefkamerpeeskamer
Toon alle woorden die eindigen op kamer

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kamer (ruimte in een gebouw; wetgevend lichaam)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `kamer` kennen.