ingelukkig

bijv.naamw.

heel verheugd
Voorbeelden:  `Ik was ingelukkig dat Tilly dit kind had, ik kon er geen krijgen.`,
`(...) en vlucht met zijn dochters weg onderzee...`


Bron: WikiWoordenboek.

Deze woorden eindigen op ingelukkig:
in- en ingelukkig