• zo onschuldig als een pasgeboren kind (=zeer onschuldig) • waar twee kijven hebben twee schuld (=beide personen hebben schuld als ze ruzie met elkaar maken) • je handen in onschuld wassen (=doen alsof men geen schuld heeft) • in zijn schulp kruipen (=zich in zichzelf terugtrekken, niet verder aandringen) • het antwoord schuldig blijven (=het antwoord niet kunnen geven) Toon alle 7 spreekwoorden die hul bevatten
6 definities op Encyclo
1.de boven de rand van de pijpekop uitstekende tabak Voorbeeld: ‘Vramme hield de vuurpot in de hand en ontstak zijn pijp; hij trok drie, vier keren, blies de rook door zijn uitgestoken lippen in de vunzende hul’
•hun (+audio)
1. Rechthoekige of driehoekige doek die hoofd en schouders bedekt. Het model was aanvankelijk lang, later korter. 2. In sommige orden en congre-gaties de kap waarop de sluier werd gespeld. Daar vond de inkleding plaats op de huldag en was het ’zich verhullen’ het opzetten van een andere kap.