nering

zelfst.naamw.
Afbreekpatroon:  'ne - ring

handel;
inkomsten;
bestaansmiddel
economie
Voorbeeld:  `De nering is de opbrengst van de handel.`
Synoniem:  winkel
De tering naar de nering zetten  (De uitgaven aanpassen op de inkomsten)


Synoniemen
bedrijf handel handeldrijven handelsverkeer handelswaar klandizie koophand koophandel koopwaar ruilverkeer waar winkelbedrijf zaak

Spreekwoorden en zegswijzen
• ieder is een dief in zijn nering (=ieder zoekt zijn voordeel)
• elk is een dief in zijn nering (=ieder zoekt zijn voordeel)
• een jatmous van een wijf, maakt de nering stroef en stijf (=het brengt ongeluk als je eerste klant een vrouw is.)
• de tering naar de nering zetten (=leven met de middelen die men heeft)
Naar de spreekwoorden

10 definities op Encyclo
  1. handel waarmee je je brood verdient vb: hij heeft een goede nering
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-en), vertier [inzonderheid] van winkelwaren), handel; kalandizie; (zeew.) soort smalle landtong; afwijking van den eigenlijken oev...
  3. Spreekwoorden: (1914) De tering naar de nering zetten, d.w.z. zijne uitgaven regelen naar de inkomsten, ‘naar zijne beurs te markt gaan’ (C. Wildsch. I, 226),...
  4. Def.: walvis- of haringvangst.
  5. Def.: plaats waar deze walvis- of haringvangst wordt uitgeoefend.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op nering:
garneringherinneringflitsherinneringpensioneringpositioneringredeneringfunctioneringsaneringcirkelredeneringstornering

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. nering (bedrijf, winkel)
  2. nering (landtong in een rivier)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 89% van de Nederlanders en 75% van de Vlamingen het woord `nering`.