haken

werkw.
Uitspraak:  [ˈhakə(n)]
Vervoegingen:  haakte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gehaakt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (iets) maken met een grote naald en een draad
Voorbeelden:  `een vest haken`,
`een gehaakte sprei`

2)
een pootje haken  ((iemand) laten struikelen)

3)
blijven haken  (onbedoeld aan iets vast blijven zitten) `Ik ben aan die spijker blijven haken.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanhaken begeren blijven hangen tekenhaken

Spreekwoorden en zegswijzen
• veel haken en ogen (=veel problemen)
haken en ogen geven (=iets heeft veel moeilijkheden)
• daar zitten nogal wat haken en ogen aan. (=er zijn meer problemen dan je op het eerste gezicht zou denken.)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Ronde haakjes, gebruik van -: In welke gevallen kun je gebruikmaken van ronde haakjes?

7 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] en ow. [gelijkvloeiend] (ik haakte, heb gehaakt), vast maken; grijpen (met een haak); knopen met een haakje (vro...
  2. verlangen Jaar van herkomst: 1301-1350 (MNW )
  3. handwerk met een haaknaald vb: zijn heeft een leuke muts gehaakt het eraan hangen vb: ik haakte de handdoek aan het haakje er onbedoeld aan vast komen te zitten vb: ik be...
  4. 1) Aanhaken 2) Begeren 3) Blijven hangen 4) Blijven vastzitten 5) Geven om 6) Grond met de haak bewerken 7) Handwerk 8) Handwerken 9) Handwerktechniek 10) Handwerkzaamhei...
  5. verlangen.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met haken:
hakenkruis

Deze woorden eindigen op haken:
afhakenhandshakeninhakenroerhakenschakenshakenupshakenvishakenwinkelhakenzethakenaanhakenzwaaihaken

Herkomst volgens etymologiebank.nl
haken (verlangen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `haken`.