schaken

werkw.
Uitspraak:  [ˈsxakə(n)]
Vervoegingen:  schaakte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geschaakt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) het spel 'schaak' spelen sport
Voorbeeld:  `een potje schaken voor de lol`

2) (een geliefde) ontvoeren geschiedenis
Voorbeeld:  `De schone Helena werd door Paris geschaakt.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
ontvoeren schaakspelen

13 definities op Encyclo
  1. schaakspelen Ruimere term: bordspel (activiteit) Categorie: Lichamelijke Activiteiten > bordspel (activiteit).
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] ow. [gelijkvloeiend] (ik schaakte, heb geschaakt), rooven, met geweld weg- of ontvoeren [inzonderheid] vrouwen);...
  3. (Bargoens, 1914) arresteeren, aanhouden
  4. [Vergeten woorden] (st. schoek) 1) (heeft geschaken) schudden, beven 2) (is geschaken) weggaan, vertrekken [= Engels shake, Noors skake, IJslands skaka, ~ schien ‘snel ...
  5. het schaakspel spelen vb: hij schaakt altijd met zijn vader een meisje uit liefde ontvoeren vb: hij schaakte zijn geliefde en nam haar mee naar Spanje
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. schaken (een vrouw ontvoeren)
  2. schaken (schaak spelen)
  3. schaken (touw vieren, vis uit de mazen schudden, schoonmaken)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `schaken` kennen.