de hak

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [hɑk]
Verbuigingen:  hak|ken (meerv.)

1) deel van een schoen dat onder je hiel zit
Voorbeelden:  `schoenen met hoge hakken`,
`naaldhakken`
de hakken in het zand zetten  (iets proberen tegen te houden, je verzetten)

2)
van de hak op de tak springen  (telkens over een ander onderwerp gaan praten)

3)
een hak zetten  ((iemand) benadelen)

4)
op de hak nemen  (een grap maken over (iemand)) `De cabaretier nam de premier op de hak.` Synoniem: beetnemen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
houw

Spreekwoorden en zegswijzen
• veel haken en ogen (=veel problemen)
• van de hak op de tak springen (=steeds weer van onderwerp wisselen en geen duidelijke rode draad in een verhaal hebben)
• iemand op de hak nemen (=iemand er van tussen nemen of over iemand praten in uiting van spot)
• iemand op de hak nemen (=een grap over iemand maken)
• iemand een hak zetten (=met iemand een gemene streek uithalen)
Toon alle 8 spreekwoorden die hak bevatten

19 definities op Encyclo
  1. Gereedschap om onkruid precies onder de grond af te snijden.
  2. hielgewricht.
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-ken), houweel; hiel (van een schoen of eene laars); [figuurlijk] [iemand] op de hakken zitten, hem achterna zitten (bij den arbeid...
  4. Uit `De lagere vaktalen: Taal der bouwbedrijven` 1914 houweel met één punt.
  5. onderste, achterste deel van je schoen vb: zij loopt altijd op hoge hakken met je hakken over de sloot [op het nippertje] van de hak op de tak springen [dingen vertellen ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met hak:
hak afhak doorhak fijnhak houthak inhak omhak ophak uithakafahakblokhakblokkenhakenhakenkruishakkelhakkeldehakkeldenhakkelenhakkelthakkenhakketak
Toon alle woorden die beginnen met hak

Deze woorden eindigen op hak:
sleehak
Toon alle woorden die eindigen op hak

Herkomst volgens etymologiebank.nl
hak in de uitdrukking van de hak op de tak springen

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `hak`.