gut

tussenwerpsel
Uitspraak:  [xʏt]

<dit zeg je als je verbaasd bent>
informeel
Voorbeelden:  `Gut, ik kan mijn huis niet in. Ik ben mijn sleutel kwijt.`,
`Gut, ben je er nog? Ik dacht dat je allang weg was.`
oh gut informeel   (<dit zeg je als je een beetje ontevreden bent>) `Oh gut oh gut, heb ik het weer verkeerd gedaan?`
och gut informeel   (<dit zeg je als je een beetje medelijden hebt of vertederd bent>) `Och gut, wat zielig voor je.`

© Kernerman Dictionaries.

4 definities op Encyclo
  1. uitroep van verbazing vb: gut, ik wist niet dat je boos werd!
  2. ‘Grote unificatie theorie-grand unification theory’.
  3. 1) Uitroep 2) Uitroep van verrassing 3) Uitroep van verwondering 4) Verraste uitroep
  4. tussenwerpsel: uitroep van verwondering Jaar van herkomst: 1612 (WNT wederbrengen )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met gut:
gutsgutsengutstgutstegutstengutturaalgutturalen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. gut (bastaardvloek)
  2. gut


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 76% van de Nederlanders en 35% van de Vlamingen het woord `gut`.