buitenproportioneel

bijv.naamw.

onevenredig, buitensporig
Voorbeeld:  `De advocaat bestempelde de straf van 13 jaar cel als buitenproportioneel hoog.`
Antoniem:  proportioneel


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `buitenproportioneel`.