de badgast

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [ˈbɑtxɑst]
Verbuigingen:  badgast|en (meerv.)

iemand die in een badplaats of zwembad is om te zwemmen, te zonnen en vertier te zoeken
Voorbeelden:  `Het strand lag vol badgasten.`,
`dronken badgasten`

© Kernerman Dictionaries.

4 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. en v. (-en), bezoeker -, bezoekster eener badplaats. *...GELD, o. (-en). *...HEMD, o. (-en). *...HOUDER, m. *...HOUDSTER, v. (-s...
  2. Def.: persoon die baadt of zwemt of die elk moment kan gaan baden of zwemmen.
  3. •een persoon die een badplaats bezoekt.
  4. 1) Bader 2) Bezoeker in een zwembad 3) Bezoeker van een badplaats 4) Strandbezoeker 5) Strandtoerist 6) Toerist 7) Vakantieganger 8) Zwembadbezoeker
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met badgast:
badgasten

Herkomst volgens etymologiebank.nl
badgast

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `badgast`.