de badgast
zelfst.naamw. (m./v.)
| Uitspraak: | [ˈbɑtxɑst] |
| Afbreekpatroon: | bad·gast |
| Verbuigingen: | badgasten (meerv.) |
iemand die in een badplaats of zwembad is om te zwemmen, te zonnen en vertier te zoeken | Voorbeelden: | `Het strand lag vol badgasten.`, `dronken badgasten` | |
3 definities op Encyclo
- •een persoon die een badplaats bezoekt.
- Def.: persoon die baadt of zwemt of die elk moment kan gaan baden of zwemmen.
- 1) Strandtoerist 2) Strandbezoeker 3) Bader 4) Vakantieganger 5) Bezoeker in een zwembad 6) Bezoeker van een badplaats 7) Toerist 8) Zwembadbezoeker
Toon uitgebreidere definitiesHerkomst volgens etymologiebank.nl
badgastVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de badgast' of 'het badgast'?
Het is 'de badgast', want badgast is mannelijk en vrouwelijk. Als je het aanwijst is het 'die badgast'.
Wat is het meervoud van badgast?
Het meervoud van badgast is 'badgasten'. Eén badgast, twee badgasten.
Wat betekent badgast?
'iemand die in een badplaats of zwembad is om te zwemmen, te zonnen en vertier te zoeken'
Hoe spel je badgast?
badgast spel je B A D G A S T Op andere websites
Zoek badgast in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek badgast op
Google
Zoek badgast op
Woordenlijst.org
Zoek badgast in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek badgast op
Wikipedia