gaard

zelfst.naamw.
Verbuigingen:  gaarden
Verbuigingen:  gaardje

1) de gaard (m): /? bij een kaag: de kabels waarmee de spriet in de vaarrichting gehouden wordt

2) de gaard (m): /? de meestal gegalvaniseerde stalen draad met behulp waarvan riet op een dak strak gebonden wordt

3) de gaard (m): / taai, recht wilgenhout voor rijswerk

4) de gaard (m): omheinde ruimte, tuin. Heden ten dage voornamelijk in eigennamen en samenstellingen


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
hof tuin

7 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. bijvoorbeeld ) (-en), lusthof, afgesloten ruimte. ~E, v. rij, reeks bijvoorbeeld kramen of tenten); diergaarde, verzameling roof...
  2. Uit `De lagere vaktalen: Timmermanstaal` 1914 houten of grenen afsluiting van een omsloten weide enz.
  3. omheinde tuin Jaar van herkomst: 701-800 (Lex Salica )
  4. f - m ? scheepvaart bij een kaag: de kabels waarmee de spriet in de vaarrichting gehouden wordt. • f - m ? rietdekkerij de meestal gegalvaniseerde stale...
  5. 1) Grote tuin 2) Hof 3) Lusthof 4) Omperkt terrein 5) Omsloten stuk land 6) Plaats in noord-brabant 7) Tuin 8) Tuin met vruchtbomen 9) Waterwilgenhout in bossen
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met gaard:
gaardegaardengaardeniergaardergaarders

Deze woorden eindigen op gaard:
boomgaardgegaardgierigaardgulzigaardvergaardwijngaard

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. gaard (deel van dorsvlegel, lat)
  2. gaard (omheinde tuin)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 78% van de Nederlanders en 65% van de Vlamingen het woord `gaard`.