flexibel

bijv.naamw.
Uitspraak:  [flɛkˈsibəl]

aan te passen aan de situatie als die verandert
Voorbeelden:  `flexibel materiaal`,
`flexibele werktijden`,
`Ze heeft een flexibel karakter.`
Antoniem:  star
Synoniem:  soepel

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
buigbaar buigzaam gedwee inschikkelijk meegaand plooibaar soepel star (antoniem)

Intensiveringen
Hoe kun je flexibel krachtiger uitdrukken?
flexibel als een tuinslang; flexibel als kauwgum; flexibel als rubber
Uitdrukkingen die flexibel betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
snel schakelen;

7 definities op Encyclo
  1. buigzaam Jaar van herkomst: 1669 (MEY )
  2. Let op: Spelling van 1858 flexible, Fr., buigzaam, lenig. Flexibiliteit, buigzaamheid; (fig.) gedweeheid. Flexion, buiging, verandering
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] (-er, -st), buigzaam. *...BILITEIT, v. [geen meervoud] buigzaamheid.
  4. je kunt het buigen en van vorm veranderen vb: rubber is flexibel materiaal flexibele werktijden [werktijden die niet voor iedereen hetzelfde zijn]
  5. •het vermogen hebbend gebogen te worden. •"overdrachtelijk" bereid zich aan te passen.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
flexibel (buigzaam)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `flexibel`.