flexibel

bijv.naamw.
Uitspraak:  [flɛkˈsibəl]

aan te passen aan de situatie als die verandert
Voorbeelden:  `flexibel materiaal`,
`flexibele werktijden`,
`Ze heeft een flexibel karakter.`
Antoniem:  star
Synoniem:  soepel

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
buigbaar buigzaam gedwee inschikkelijk meegaand plooibaar soepel star (antoniem)

Taaladvies
Hoe moet je het woord flexibel afbreken als het niet in zijn geheel op de regel past? Zie flexibel: waar breek je het af?

Intensiveringen
Hoe kun je flexibel krachtiger uitdrukken?
flexibel als een tuinslang; flexibel als kauwgum; flexibel als rubber
Uitdrukkingen die flexibel betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
snel schakelen;

5 definities op Encyclo
  • •het vermogen hebbend gebogen te worden. •"overdrachtelijk" bereid zich aan te passen.
  • je kunt het buigen en van vorm veranderen vb: rubber is flexibel materiaal flexibele werktijden [werktijden die niet voor iedereen hetzelfde zijn]
  • Let op: Spelling van 1858 flexible, Fr., buigzaam, lenig. Flexibiliteit, buigzaamheid; (fig.) gedweeheid. Flexion, buiging, verandering
  • 1) Aanpasbaar 2) Buigbaar 3) Buigzaam 4) Coulant 5) Eenvoudig aanpasbaar 6) Gedwee 7) Inschikkelijk 8) Lenig 9) Meegaand 10) Plooibaar 11) Soepel
  • buigzaam Jaar van herkomst: 1669 (MEY )
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    flexibel (buigzaam)