I de elf

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [ɛlf]
Verbuigingen:  elf|en (meerv.)

kleine meisjesfiguur met vleugels uit sprookjes
Voorbeeld:  `een verhaal vol heksen, feeën, elfjes en kabouters`


II elf

telwoord
Uitspraak:  [ɛlf]

het getal 11
de Raad van Elf  (groep mensen die Prins Carnaval helpt)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
dwerg elfje elftal

Spreekwoorden en zegswijzen
• tegen elf ogen dobbelen (=weinig kans hebben)
• spuit elf geeft ook modder (=hij zegt ook wat - gezegd van iemand die iets helemaal naast de kwestie zegt)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Spuit elf geeft: (ook nog) Wat is de betekenis en de herkomst van de uitdrukking spuit elf geeft (ook nog) modder?

13 definities op Encyclo
  1. kleine, sierlijke sprookjesfiguur met vleugels vb: de elfjes kwamen met hun toverstokjes
  2. Extension Language Facility, macrotool van Applix voor EP
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: tw. wij waren net ons elven, elf in getal; kwartier voor elven, 10 uur en 45 minuten. ~, m. (-en), (in de fabelleer.) kleine rondzwerve...
  4. getal dat ná tien komt vb: wij hadden thuis elf kinderen
  5. •geheel getal groter dan tien en kleiner dan twaalf: in Arabische cijfers 11, in Romeinse cijfers XI.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met elf:
elfdeelfenbankelfenbankjeelfenbloempjeelfjeElfstedenkoortsElfstedentochtElfstedentochtenelftelftalelftallenelften

Deze woorden eindigen op elf:
delfgewelfhaarzelfhijzelfikzelfjezelfjijzelfmezelfmijzelfschelfonszelfhalfelfoverwelftongewelfuzelfvanzelfwelfzelfzichzelf

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. elf (geest)
  2. elf (telwoord)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `elf` kennen.