jezelf

pronoun
Uitspraak:  [jəˈzɛlf]
Afbreekpatroon:  je·zelf

< je zegt dit woord als je iets zegt over de persoon tegen wie je praat>
Voorbeelden:  `Je hoeft jezelf niets te verwijten.`,
`Wees niet zo boos op jezelf.`


Spreekwoorden en zegswijzen
• krom jezelf als je door de wereld wilt komen (=je moet er wat voor over hebben om iets te bereiken)
jezelf tegenkomen (=geconfronteerd worden met de gevolgen van je eigen acties.)
jezelf op de borst slaan (=duidelijk aan de omgeving laten weten dat men ergens bijzonder trots op is)
jezelf in acht nemen (=jezelf verzorgen)
Naar de spreekwoorden

4 definities op Encyclo
  • •tweede persoon enkelvoud, versterkte vorm van je. •tweede persoon enkelvoud- en meervoud. (+audio)
  • jouw persoon vb: heb je jezelf al gewassen? iets voor jezelf doen [wat je zelf mag uitkiezen] iets uit jezelf doen [zonder dat er iemand om gevraagd heeft]
  • 1) Persoonlijk voornaamwoord 2) Wederkerend voornaamwoord 3) Voornaamwoord
  • voornaamwoord: je
Toon uitgebreidere definities

Taaladvies
  1. Welke zin is correct: Ben je zelf al in Barcelona geweest of Ben jezelf al in Barcelona geweest? Zie Jezelf / je zelf
  2. Wanneer schrijf je zelf aan een persoonlijk voornaamwoord vast (ikzelf) en wanneer niet (ik zelf)? Zie Zelf: ikzelf / ik zelf


Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat betekent jezelf?
'<
je zegt dit woord als je iets zegt over de persoon tegen wie je praat>
'
Hoe spel je jezelf?
jezelf spel je J E Z E L F

Op andere websites
Zoek jezelf in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek jezelf op Google
Zoek jezelf op Woordenlijst.org
Zoek jezelf in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek jezelf op Wikipedia