I een

bijv.naamw.
Uitspraak:  [en]

verbonden
Voorbeeld:  `een zijn met de natuur`
Synoniem:  gelijk


II een

telwoord
Uitspraak:  [en]

het cijfer 1
Voorbeelden:  `in één ruk`,
`één voor één stapten ze in`,
`één plus één is twee`
Ik ben een en al oor.  (ik luister heel goed)
als één man  (allemaal tegelijk)
op een, twee, drie  (gemakkelijk, zonder moeite) `verkleedspullen die je op één, twee, drie kan aantrekken`
helemaal in je eentje  (helemaal alleen)


III een

article
Uitspraak:  [ən]

1) <woord dat voor een enkelvoudig zelfstandig naamwoord staat zonder het precies aan te geven>
Voorbeeld:  `Wil je een boek of een cd voor je verjaardag?`

2) een zekere
Voorbeeld:  `Er heeft een mevrouw Jansen voor je gebeld.`

3)
Er zaten een mensen in de zaal!  (er zaten veel mensen in de zaal)
Ik denk aan een Havel of een Mandela  (ik denk aan mensen als Havel of Mandela)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
dezelfde eentje enig gelijk iemand men zeker

Spreekwoorden en zegswijzen
• zwijgen als een mof (=volstrekt niets zeggen)
• zweten als een aandrager (=overmatig zweten)
• zuipen als een ketter (=erg veel (alcoholische drank) drinken)
• zoveel geven om iets als een boer om een kers (=er totaal niets om geven)
• zo zwart zien als een moor (=bijzonder zwart zien)
Toon alle 1108 spreekwoorden die een bevatten

Taaladvies
  1. Eén / een van de: Komen er uitspraaktekens op een in één/een van de velen?
  2. Een of meer deelnemers is / zijn uitgeschakeld: Wat is correct: Een of meer deelnemers is uitgeschakeld of Een of meer deelnemers zijn uitgeschakeld?


Intensiveringen
Hoe kun je met één een ander begrip versterken?
in één ruk uitlezen; zeker als één en één twee is; als één man staan achter;

11 definities op Encyclo
  1. Dorp in de gemeente Noordenveld (tot 1998 Norg) tussen Norg (oosten) en Friesland (westen); ten westen ervan ligt het dorp Een-West. Tussen Een en de Aa of het Groote Die...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: Eene, tw. lidw. ~, v. één, merk of stip (op kaarten, dobbelstenen enz.); God is -; in eenen, op een maal. ~BLADIG, [bijvoegelijk naam...
  3. lidwoord - Jaar van herkomst: 1100 (Willeram ) telwoord - Jaar van herkomst: 901-1000 (WPS )
  4. •een onbepaald lidwoord en wordt gebruikt voor een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. •Zie één.
  5. geeft aan dat het woord erachter niet precies aangeduid wordt vb: ik heb daar een jongen zien lopen de een of ander nam mijn tas mee [iemand nam mijn tas mee] een dag of ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met een:
een ver-van-mijn-bed-shoween-op-eeneen-twee-drieeen-tweetjeeenarmigeenbaanswegeenbenigeenbeseencelligeendeendaagseendagstoerismeeendagstoeristeendagstoeristeneendagsvliegeendagsvliegeneendekkereendekkerseendeneendenborst
Toon alle woorden die beginnen met een

Deze woorden eindigen op een:
aaneenachtereenalgemeenalleenallegorieënallergeenallergieënamfibieënamnioscopieënanalogieënanomalieënanthologieënantinomieënantipathieënapologieënaristocratieënarrensleeënasystolieënautarchieënautobiografieën
Toon alle woorden die eindigen op een

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. een
  2. een (1 , lw.)
  3. een (een toponiem)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `een`.