duperen

werkw.
Uitspraak:  [dy'perə(n)]
Vervoegingen:  dupeerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gedupeerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

schade of nadeel veroorzaken voor
Voorbeeld:  `De bezuinigingsplannen duperen mensen die het al moeilijk hebben.`
Synoniemen:  benadelen, schaden

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afvallen benadelen frustreren laten zakken nadetoebrengen ontgoochelen schaberokkenen schade toebrengen aan schaden tegenvallen teleurstellen

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Afvallen 2) Bedriegen 3) Benadelen 4) Er in laten lopen 5) Frustreren 6) Misleiden 7) Nadeel berokkenen 8) Nadetoebrengen 9) Ontgoochelen 10) Schaberokkenen 11) Schade...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
duperen

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 92% van de Vlamingen het woord `duperen`.