frustreren

werkw.
Uitspraak:  [frʏs'trerə(n)]
Vervoegingen:  frustreerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gefrustreerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) frustratie opwekken (bij iemand)
Voorbeeld:  `Dat ik na al dat werken nog geen merkbaar resultaat heb, frustreert me.`

2) zorgen dat iets niet of niet goed gebeurt
Voorbeeld:  `na je scheiding de omgangsregeling met de kinderen frustreren`
Synoniemen:  dwarsbomen, verijdelen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afvallen belemmeren benadelen duperen dwarsbomen laten zakken ontgoochelen tegenvallen teleurstellen

5 definities op Encyclo
  1. iemand ontevreden maken of ergeren vb: je hebt hem erg gefrustreerd met die aanpak
  2. bedriegen
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik frustreerde, heb gefrustreerd), berooven van (iets); teleurstellen.
  4. 1) Afvallen 2) Belemmeren 3) Benadelen 4) Duperen 5) Dwarsbomen 6) Ontgoochelen 7) Tegenvallen 8) Teleurstellen 9) Tenietdoen 10) Verijdelen
  5. dwarsbomen Jaar van herkomst: 1518 (HWS )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
frustreren (dwarsbomen, belemmeren)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `frustreren`.