dit

pronoun
Uitspraak:  [dɪt]

1) <je gebruikt dit woord als je iets aanwijst>
Voorbeeld:  `Wil je dit boek of dat boek hebben?`

2) <je gebruikt dit woord als je naar iets wijst dat dichtbij is>
Voorbeeld:  `In dit huis ben ik geboren.`

3) <je gebruikt dit woord als je over iets praat dat al eerder gezegd is>
Voorbeeld:  `Ik heb spijt van mijn oneerlijkheid. Dit doe ik nooit meer.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
dat deze die

Spreekwoorden en zegswijzen
dit loopt uit de hand. (=dit is niet meer onder controle)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Dit / dat, deze / die: Wat is het verschil in verwijzing tussen dit en deze enerzijds en dat en die anderzijds?

8 definities op Encyclo
  1. geeft aan dat het in de buurt is vb: dit blad heb ik uit, dat andere nog niet Tegenstelling: dat
  2. Directory Information Tree, bij Active Directory
  3. * Device Information Table * Directory Information Tree: Onderdeel van X.500.
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: aanw. vnw. bij - en dat! (verheelde eed); er is een -je en een datje aan, er is iets op aan te merken. ~MAAL, [bijwoord] dezen keer.
  5. •zelfstandig gebruikt. •met een onzijdig woord in het enkelvoud. (+audio)
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met dit:
ditjesditmaalditodito'sditransitiefdittografiedittografieën

Deze woorden eindigen op dit:
auditcrediteditgeauditgecreditgeëdit

Herkomst volgens etymologiebank.nl
dit (voornaamwoord)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `dit` kennen.