dichtklappen

werkw.
Uitspraak:  ['dɪxtklɑpə(n)]
Vervoegingen:  klapte dicht (verl.tijd enkelv.) Toon alle vervoegingen

1) met een klap dichtgaan of dichtmaken
Vervoegingen:  is, heeft dichtgeklapt (volt.deelw.)
Voorbeelden:  `Het raam klapt dicht door de tocht.`,
`Hij klapte de motorkap van zijn auto dicht.`
Synoniem:  dichtslaan

2) opeens niet meer kunnen reageren
Vervoegingen:  is dichtgeklapt (volt.deelw.)
Voorbeeld:  `Ze klapte helemaal dicht door die grove leugen en zei niets meer.`
Synoniem:  dichtslaan

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
dichtdoen dichtgaan

2 definities op Encyclo
  1. met een klap weer dicht gaan vb: de doos klapte plotseling dicht opeens niet meer verder kunnen praten vb: na die nare opmerking klapte ik helemaal dicht
  2. 1) Dichtdoen 2) Dichtgaan 3) Dichtslaan 4) Sluiten 5) Toeslaan 6) Zwijgen
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `dichtklappen`.